Het begin van de Vrijmetselarij ligt in Engelse en Schotse bouwgenootschappen in de Middeleeuwen. In het oude handschrift, het "Regius Manuscript" uit 1390 komen wij al de term "Free Mason" tegen.


Beoefenaren van een zelfde beroep sloten zich aaneen om hun vak te vervolmaken en hun beroep tegen onwelkome indringers te beschermen. Zo ontstonden gilden van bakkers, slagers, kleermakers en zo ook van steenhouwers en metselaars. De kandidaten voor opname in zo’n gilde moesten zich eerst aantoonbaar in hun vak bekwamen voor ze zich uiteindelijk meester mochten noemen.

De tradities uit deze middeleeuwse bouw-corporaties van vrije ambachtslieden vindt men nog steeds terug in de huidige Vrijmetselarij: Graden en proeven van be-kwaamheid voor leerling, gezel en meester en het omgeven van de toetreding tot hun werkplaats of bouwloods (lodge) met een zekere ceremonie.

De officiële geschiedschrijving van de Vrijmetselarij begint op 24 juli 1717 als vier Londense loges besluiten een overkoepelend orgaan te stichten.


In 1734 kwamen in Den Haag de eerste Nederlandse loges bijeen; een jaar later werd de rentmeester van Prins Willem IV, J.C. Rademacher, de eerste Grootmeester.

Johan Cornelis Radermacher(1700-1748)

Nieuwsgierig naar Vrijmetselarij en onze Loge in het bijzonder? De volgende Avond voor belangstellenden is:

 

dinsdag 7 december 2021

Meld u aan via:

secretaris.loge023@vrijmetselarij.nl